|
Dagboekarchief: Van Intermediate basecamp (17 mei) t.m. Kamp 1 (22 mei)
22 mei. Kamp 1 is bereikt (6.400 m). De sherpa's richten kamp 2 al in (7.100 m).
Het valt u terecht op, vandaag had er geen verslag moeten zijn. Immers, iedereen zit op de berg en klimt naar kamp 1. Vanmorgen stond dan ook alles in gereedheid om te vertrekken. Maar Jack, Remco en Emely hebben besloten morgen pas naar kamp 1 te gaan. Vandaar toch een verslag vandaag.
Remco zwaait zijn vrienden uit, op weg gaan naar kamp 1
Wat is er aan de hand met de drie 'achterblijvers'? Jack en Remco hadden een zware nacht. Jack slaapt al een aantal nachten niet. Het lijkt alsof zijn lichaam de laatste acclimatisatieslag niet maakt. Hij schrikt om de paar minuten wakker van benauwdheid. Als hij slaapt, droomt hij dat hij van de ene deur naar de ander moet hollen om lucht te halen. Soms komt hij te laat en veert dan rechtop in zijn tent en hapt letterlijk naar adem. Heel vervelend.
Vanmorgen heeft Jack aan een legerarts van de Indiase expeditie advies gevraagd. Die gaan overigens ook vandaag met 23 man naar kamp 1. De arts raadt Jack aan om Diamox te slikken om het lichaam te helpen met de acclimatisatie. Dit advies volgt Jack dankbaar op. Laten we hopen dat het snel werkt.
Remco heeft al drie dagen buikloop ondanks de grote hoeveelheden zwarte thee en Hollandse kaakjes. Met name 's nachts is dat heel vervelend. Tent uit, over de bevroren sneeuw naar de toilettent en weer terug de tent in. Opperste concentratie in de toilettent want één misstap en je verdwijnt tot aan je middel in een zwart gat waarvan je alleen nog kan zeggen dat het erger is dan de hel. U zult het begrijpen en om die reden is hiervan geen foto bijgevoegd. Het is met name de slapheid die Remco ervan weerhoudt om mee te gaan. De weg naar kamp 1 is lang en steil.
Remco en Jack besloten vanmorgen dus tot een extra dag in het ABC. Het plan is om morgen naar kamp 1 te lopen en overmorgen de rest bij kamp 2 weer te ontmoeten.
Emely was vanmorgen vertrokken richting kamp 1. Maar rond half twaalf kwam ze terug in het ABC. Ze voelde zich ook te slap om de klim naar kamp 1 door te zetten. Een wijze keuze. Beter een extra dag met verzorging van de uitstekende keukenploeg, dan je rot voelen in de kou op 6.400 meter.
Controleren van het materiaal
Check, dubbel check
Er is net radiocontact geweest met de expeditieleden die inmiddels kamp 1 hebben bereikt en met de sherpa's die bezig zijn om kamp 2 in te richten. De techniek laat ons gelukkig niet in de steek.
Grote kans dus dat de radiostilte morgen begint. Want dan zijn ook Jack, Remco en Emely op pad.
Gegroet, Remco
reageer
naar de top
21 mei. Rustdag in Advanced base camp. Planning voor 'de top'. Welke factoren bepalen succes?
Zo houden we u dagelijks op de hoogte
Een voordeel van een rustdag is dat je in je slaapzak kan wachten op de zon. Binnen tien minuten is je tent dan behaaglijk warm en dan is de overgang van het warme dons naar de koude kleding minder groot. Vanmorgen echter, liet de zon op zich wachten. Geheel volgens de voorspellingen van Meteoconsult, die ons twee maal per dag informeert, hangt er bewolking over de Nangpa La en dat is de plek waar de zon gewoonlijk elke morgen overheen kruipt.
In de kooktent vind ik Richard, Marco, Emely en Paul aan een kop thee. Lekker warm rond de kooktoestellen. Jack en Etienne zitten in de eettent en kijken wat somber. Geen goede start van de dag zo te zien.
Het valt mij op dat het lichamelijk herstel op deze hoogte (5.700 m) langer duurt. Waar je normaal gesproken binnen 12 uur van een forse inspanning herstelt, duurt het hier in het ABC zeker twee keer zo lang. Toen ik me gister tijdens het scheren een beetje beschadigde, zag ik een bijna donkerpaarse druppel bloed. Veel rode bloedlichaampjes dus. Het lichaam is dus wel hard bezig om zich aan deze bijzondere omstandigheden aan te passen. Het begint te wennen, al zijn we ons regelmatig bewust dat we bijna 1.000 meter hoger leven dan de hoogste bergtop in de Alpen.
Haar- en nagelstudio Emely
De temperatuur wisselt over de dag sterk. Als de zon even door de bewolking heenprikt is het aangenaam warm en soms zelfs heet in de eettent. Maar zodra de zon weg is en de wind wat aantrekt, moeten de jassen weer aan. We hebben een klein kacheltje meegenomen uit Nederland. Een idee van Marco toen bleek dat er nog een halve ton ruimte over was. Heerlijk! Het ding gaat maar een paar minuten aan maar een weldadige warmte verspreidt zich in de tent en koude voeten verdwijnen.
Onze eet- en communicatietent, met verwarming
In de loop van de ochtend nemen we de inhoud van onze rugzakken voor morgen door. Wat moet er mee, en wat niet. We moeten er rekening mee houden dat vanaf morgen alles mogelijk is. Als we ons goed voelen dan lopen we misschien de komende dagen wel door naar de top. Als we ons niet goed genoeg voelen dan zullen we vanuit kamp twee op 7.100 m afdalen naar ABC om te herstellen. Het kan ook goed zijn dat we splitsen. Hoe iedereen zich in de komende dagen van forse inspanning en grote hoogte ontwikkelt, is moeilijk te voorspellen.
Er zijn grofweg drie factoren die bepalen of een beklimming succesvol verloopt. Ten eerste is er het weer. Als het bewolkt is of hard waait, kan je niet naar boven. Ten tweede is er je lichamelijke conditie. Als je te vermoeid bent of je last hebt van de hoogte of de koude, dan kan je ook niet naar boven. Ten derde is er de uitrusting en het plan. Als je geen goede spullen hebt, of als je hebt geen goed plan, kan je het vergeten dat je onder deze extreme omstandigheden de top haalt.
De factor weer kan je een beetje voorspellen. Zo zijn bijvoorbeeld de weersomstandigheden voor de komende dagen goed. Toch is het altijd afwachten of de wind toch niet onverwacht opsteekt. Harde wind bij temperaturen van gemiddeld -25 graden op 8.000 m, maakt klimmen onmogelijk. De factor lichamelijke conditie is het slechtst voorspelbaar. Je loopt gemakkelijk iets op doordat je weerstand daalt door de constante zware belasting. Bovendien kan een mens eigenlijk niet boven de 5.500 m acclimatiseren. Je moet dus een beetje boffen dat je lichaam er tegen kan. De één wordt er ziek van, de ander niet. Zo simpel is het.
Ten slotte de laatste factor: het plan en de uitrusting. Daar kan je wel wat aan doen. Ons plan hebben we besproken met Pema, onze gids. Hij heeft veel ervaring met klimmen op deze hoogte en we luisteren goed naar hem. Aan de uitrusting kan het niet liggen. We hebben echt het beste van het beste. Betere bescherming tegen de bittere koude bestaat gewoon niet. In ABC dalen de temperaturen 's nachts tot -12 graden maar onze in onze slaapzak wanen we ons nog steeds in Alicante.
Stilleven met slaapzak
Het wordt dus een spannende week. Ons dagverslag zal de komende dagen moeizaam verlopen omdat we met z'n zevenen naar boven gaan. We kunnen geen computer en satellietzender meenemen. Hoe langer u dus niets van ons hoort, hoe langer we ons dus met z'n zevenen goed voelen op de berg. Geen bericht, goed bericht dus. Dit is dan ook voor een aantal dagen het laatste verslag, maar we zullen u eenmaal terug in het ABC snel op de hoogte brengen van onze avonturen.
Groet, namens alle leden van de expeditie, Remco
naar de top
20 mei. Rustdag in Advanced base camp (5.700 m). The day after met wassen, eten en koopavond.
Vanochtend is het verslag verstuurd van 19 mei, toen wij als groep kamp 1 op 6.400 meter wisten te bereiken. Een heroisch verslag van een heroische daad, één dag geleden. Vandaag, 20 mei, is echter the day after. Wat doen bergbeklimmers nu eigenlijk the day after zult u zich wellicht afvragen. Niets! In de bergsport heet dat een 'rustdag'.
Verslag van een rustdag: 's ochtends laten wij ons wekken door de zon. Ik til een ooglid op en zie dat het licht is. De tent wordt warm. Een hele dag voor ons, zonder dat er een invulling voor is. Gezien de inspanning van gisteren is het hoofddoel voor vandaag het lichaam en de geest rust te gunnen. Maar hoe vul je daar een dag mee? Ik klim uit de slaapzak en kleed me aan.
In de eettent is een groepje verzameld, men drinkt rustig thee. Na een klein uur is de hele ploeg compleet en kan het ontbijt worden geserveerd. Men eet, ondanks dat de eetlust beperkt is op deze hoogte. Na dit eerste ijkpunt op de dag is er nog een zee van tijd over tot het tweede ijkpunt; de lunch. Wat te doen? Het mag niet al te veel inspanning kosten en moet bij voorkeur nuttig zijn. Iedereen van ons ziet nu de kans schoon om de persoonlijke hygiëne de nodige aandacht te geven. Haren worden gewassen, hangend boven een klein teiltje met heet water. Heerlijk, aangezien hiervoor al ruim anderhalve week de tijd niet was. Het water in de teil wordt al gauw zwart van het verzamelde vuil en stof. Sommigen scheren zich, anderen ontbloten het bovenlijf en schrobben zich in de warme ochtendzon, met de Cho Oyu op de achtergrond.
Zit er geen Dokter Bibber of Space Invaders op?
Een ander typisch rustdagklusje is het doen van een wasje. Kleding wordt langer gedragen dan normaal en de hoeveelheid stof en vuil die de kleding bevat na een weekje in stoffig Tibet is soms indrukwekkend. Een flinke scheut wasmiddel in een aluminium teiltje met heet water en na wat weken en wringen zijn ook de intens groezelige sokken weer acceptabel. Men ruimt de tent op, lucht de slaapzak en droogt de door de sneeuw doorweekte wandelschoenen.
En als al dit soort klusjes gedaan zijn, komt men terug bij de vraag wat bergbeklimmers nu verder op zo'n dag doen. Ze zoeken elkaar op in de eettent. Deze dubbeldakstent is door de sherpa's comfortabel ingericht met twee eettafels met een gezellig kleedje erover. Om deze tafels verzamelen zich steeds meer mensen die hun klusjes gedaan hebben. Hier gaan we dan in het gezelschap van elkaar acclimatiseren en herstellen van de tocht van gisteren. Kortom: we drinken veel thee en door Richard uit Nederland meegenomen echte koffie. We snoepen van de indrukwekkende voorraad lekkernijen die in de tonnen vanuit Nederland via vliegtuig, vrachtwagen en yak hierheen zijn vervoerd. Het is opvallend hoe belangrijk het kan zijn om een stukje thuis te proeven hier tussen de bergen, ver van huis. Een stroopwafeltje of speculaasje op zijn tijd doet wonderen voor de motivatie en het herstel.
En dan is er de lunch, het tweede ijkpunt op de dag. Onze kok verwent ons weer met een indrukwekkende hoeveelheid eten voor een groep van toch een beperkte grootte. Niet minder dan vier grote pannen en een bord gebakken smack verschijnen door de deuropening van de tent. Met de beste bedoelingen geserveerd door Arzun, de trouwe kok en Nima, zijn even trouwe als bescheiden assistent. We slaan ons door de voorraad eten en volgegeten buigen we ons over een aantal cruciale zaken van ons bergbeklimmersbestaan. Zo buigen we ons over het klimplan tezamen met Pema, onze sirdar. We overleggen onze wensen, zoals nog een rustdag om te herstellen van de tocht van gisteren. U kunt daarom dit verslag morgen nogmaals lezen.
Na veel praten komt het erop neer dat heel veel kan en alles van ons zelf afhankelijk is. En van het weer. Daarna volgen de discussies elkaar in hoog tempo op. Wel of niet met zuurstof klimmen, lijkt even als discussiepunt terug op de agenda, ondanks eerdere stellingname tegen. Voetbal, sport in het algemeen en kunst komen alle aan bod.
Plotseling vliegt de rits omhoog en steekt een Tibetaan zijn hoofd, met gouden tand, door de opening. Hij zoekt het rijtje af en vindt uiteindelijk mij. Zijn ogen vlammen op, wijst me aan en tovert twee bloedkoralen kralen tevoorschijn. Hij heeft onthouden dat ik de enige was die nog niets had gekocht tijdens de souvenirverkoop in het intermediate camp drie dagen geleden.
Echt 24 karaats bloedkoraal. Special price for you.
Ik vind de spullen niet mooi, hij verdwijnt en komt na enige tijd terug met nog twee Tibetanen en meer handelswaar. Eén ploft lekker neer in een klapstoel. Al snel wordt er weer gekocht en geen van de Tibetanen schijnt er een probleem mee te hebben dat niemand ze heeft uitgenodigd. Nadat blijkt dat niemand nog meer handel van ze zal afnemen, verdwijnen de mannen, met rode kwasten in het haar, en laten ons achter in de eettent.
Heppu 'm ook in 't groen? Dat past beter bij mijn teint (tent?)...
Dit is een goed moment om de Jaegertee, geimporteerd uit Holland, te serveren. We genieten van deze warme delicatesse. De verhalen en discussies leven op en gecombineerd met chips en zoutjes, wederom uit een ton tevoorschijn getoverd, wordt ons langzaam duidelijk waarom sommige expedities niet veel verder dan het basiskamp komen. Het leven op een 'rustdag' is zo slecht nog niet.
Etienne
naar de top
19 mei. Van Intermediate base camp naar 6.415 meter. Mooi, maar de 'killer helling' was zwaar.
Mooi uitzicht vanaf de de 'killer helling'
Er is gisteren geen verslag verstuurd. Ik zal u in dit verslag uitleggen waarom.
We zijn gisterenmorgen opgestaan met een fraai zonnetje en hadden als doel het bereiken van kamp 1 op een hoogte 6.400 m, daar even te blijven en terug te keren naar het vooruitgeschoven basiskamp.
Hier ging echter nog wel het een en ander aan vooraf. Na het ontbijt maakten we deel uit van een puja, een ceremoniële traditie waarbij de berg, in ons geval de Godin van de turkoois, gunstig gestemd moet worden, zodat zij ons toelaat op haar flanken en daarmee niet gaat schudden terwijl wij haar beklimmen (dit laatste dient u wel juist te interpreteren.).
De ceremoniële puja
Maar goed, er was dus een sherpa van een Indiase expeditie die in vroeger tijden de lamaschool had doorlopen en hij verrichtte de puja, samen met twee assistenten. Onze klimsherpa's en sirdar hadden al gebedsvlaggen opgehangen en de pujaplaats in orde gemaakt. We werden uitgenodigd erbij te komen zitten en de puja begon.
De lamasherpa begon gebeden op te zeggen, wat niet geheel vlekkeloos verliep; we denken door een combinatie van de hoogte en het feit dat de lamaschool al weer wat jaartjes geleden was. Het was echter een zeer sfeervolle gebeurtenis; de rook en de geur van brandend wierook met daardoorheen op de achtergrond de majestueuze Cho Oyu, het monotone geluid van de reciterende lamasherpa en de wapperende gebedsvlaggen. Het leek ons voldoende om de godin in een prima humeur te brengen.
De puja nam een kleine wending omdat het zowel voor ons als de Nepalezen wat lang begon te duren en onze sherpa's nodigden luidkeels andere sherpa's uit om even langs te komen. Aangezien er bij zo'n puja ook drank hoort namen de andere sherpa's de uitnodiging van harte aan de zo stonden ze om 8.30 uur aan het bier. Een van de sherpa's was een echte gangmaker en hij vertelde luidkeels over zijn belevenissen in Amsterdam en Madam Tussaud. De Lamasherpa ging echter onverdroten door en wij keken met een schuin oog naar de hoeveelheid blaadjes waardoor hij zich nog moest worstelen, aangezien we aardig zaten af te koelen. Rond tien uur was de puja geëindigd en vertrokken we richting kamp 1.
Het eerste gedeelte ging door een enorme morene die geflankeerd werd door spectaculair gevormde ijstorens. Na een uur of twee stegen we plotseling vrij steil door een sneeuwhelling tot zo'n 6.000 m. Wij dachten, een beetje naief, dat dit de beruchte 'killerhelling' was waar we veel Cho Oyu-gangers over hadden gehoord. Helaas, na deze helling begon de beruchte killerhelling pas echt.
Ook de klimsherpa is goedgemutst
Vanaf het 6.000 meterpunt lag er zo'n 450 meter steil gruis, steen en sneeuw op ons te wachten. Het was erg lastig om in een goed loopritme te komen op deze helling aangezien het nergens even steil was. Al snel was iedereen in zijn eigen tempo tegen deze verschrikkelijke helling omhoog aan het worstelen en had niemand nog zuurstof over om te praten.
Na uren zwoegen kwamen we uiteindelijk alle zeven aan bij kamp 1 op 6.415meter (hierbij hebben we gelijk goede zaken gedaan voor 'Tibet naar school'!).
We dronken en aten wat, deden droge kleding aan en herstelden van de zware klim. Pema, onze sirdar, was vrij streng voor ons omdat de puja nogal was uitgelopen en hij wilde ons na een klein halfuurtje al weer aan de afdaling laten beginnen zodat we voor donker weer in het vooruitgeschoven basiskamp zouden zijn.
En hij is geijkt!
Als gewillige schoolkinderen, zoals Emely en ik ze in Gabon in de klas hadden, deden we wat de meester zei en begonnen we, nog aardig vermoeid, aan de afdaling. De killerhelling was ook geen feest om af te dalen, het ging alleen een stuk sneller en al snel waren we weer bij de enorme morene. Tijdens het teruglopen over deze morene naar het basiskamp begon de vermoeidheid bij iedereen flink toe te slaan en liepen we meestal zwijgend uit te kijken naar de tentjes van het basiskamp. De zon had inmiddels plaats gemaakt voor een dikke bewolking en doordat de wind aardig toenam, begon het flink af te koelen.
Alle zeven omhoog geweest vandaag
Na uren lopen zagen we eindelijk de bontgekleurde tentjes van het basiskamp en werden we verrast door onze fantastische kok, Arujng, die ons tegemoet was gelopen met warme limonadesiroop.
Bij aankomst in het basiskamp was het voornamelijk drinken en nog eens drinken, vooral soep was erg lekker. Het diner werd een beetje een saaie bedoeling, we zaten door de vermoeidheid als een stel dooie vogeltjes in de eettent. We hadden dan ook totaal geen eetlust, hoewel de eerlijkheid gebied te zeggen dat de M&M's vrij populair waren.
Na het eten vertrok iedereen snel naar zijn tent met een zeer vermoeid maar tevreden gevoel; van de zeven vrienden zijn er zeven tot kamp 1 gekomen, vooralsnog een prima resultaat. We nemen nu een paar rustdagen en gaan ons beraden over de volgende aanval op de berg, die waarschijnlijk goed gehumeurd onze plannen afwacht.
Ik wil nog besluiten met de opmerking dat het voor ons ontzettend leuk is om de reacties uit het gastenboek te lezen. We zitten elke avond in de eettent bij elkaar en een van ons leest dan het dagverslag voor en daarna worden de reacties vanuit het gastenboek voorgelezen (dus let op wat u schrijft, we hebben geen geheimen voor elkaar...). Hiermee sluit ik af en wens ik u een prettig weekend.
Basiskampgroet, Richard
naar de top
18 mei. Rustdag in Advanced base camp (5.700 m). Eten, drinken, rusten en plannen.
Zo dichtbij, en nog zo ver weg
Vandaag aan mij de eer om ons veel gelezen dagboek te schrijven. Vannacht onze eerste nacht op 5.700 m. Voor de één bijkomen van hoofdpijn en algemene malaise, voor de ander regelmatig wakker worden vanwege zuurstoftekort, wat zich hersteld na een paar diepe zuchten. Gelukkig zijn de meesten van ons team redelijk hersteld en ieder heeft zo'n zijn eigen nachtverhaal.
Vanochtend aanschouwen wij weer het bijzondere schouwspel van de langstrekkende caravans van yaks over de Nangpa La richting Namche Bazar. Het blijft mij verbazen hoe deze mensen met de zware omstandigheden omgaan.
Op de flanken van de Cho Oyu zien wij verschillende touwgroepen tussen kamp 1 en 3 zich omhoog worstelen. Aan de traagheid te zien moet het wel heel zwaar zijn. Onze ochtend wordt verder gevuld met het samenstellen van de voedselpakketten voor kamp 1 en 2. We werken als een geoliede machine en aan het einde van de ochtend zijn alle pakketten gereed.
De schijf van 5?
Hierna gaan wij ons persoonlijk klimmateriaal verzamelen, dat wij straks op de berg nodig zullen hebben. Intussen hebben de sherpa's de eet- en communicatietent opnieuw ingericht, hangen er gebedsvlaggetjes van Richard en Emely en staat er een heuse leeshoek.
De lunch bestaat o.a. uit echte frietjes. Jack had mayonaise uit zijn ton getoverd. Onverstelbaar lekker op deze hoogte en een prettige afwisseling na al die rijst en pasta. De verdere middag vliegt voorbij met wat luieren en veel, heel veel drinken. Af en toe komen klimmers het advanced base camp inlopen. Ze zijn van allerlei nationaliteiten en steeds zijn wij natuurlijk benieuwd naar hun belevingen. Ze zien er allemaal vermoeid uit en nemen een paar rustdagen om hun verdere plannen uit te gaan werken.
Onze plannen zijn als volgt: morgen (vrijdag) gaan wij met de hele groep naar kamp 1,5 op een hoogte van 6.400 m. We dalen dezelfde dag weer af. Zaterdag nemen wij een rustdag om zondag weer kamp 1 en waarschijnlijk ook kamp 1,5 aan te tikken. Kamp 1,5 kamp ligt op 6.800 m. Waarschijnlijk blijven wij dan slapen op kamp 1, om maandag weer af te dalen. Dan wederom twee of meer dagen uitrusten om vervolgens via de drie hoogtekampen proberen de top van de Cho Oyu te bereiken.
Volgens de weervoorspellingen van Meteo Consult blijven de omstandigheden voorlopig gunstig. Dat geeft ons een goed gevoel.
Liefs van ons allen, Paul.
naar de top
17 mei. Van Intermediate base camp (5.431 m) naar Advanced base camp (5.700 m).
'Gletsjertongen en uitgesleten tentvormige sculptures van blauw ijs'
Het avondeten hebben we gisteren in de tea room genuttigd. Een soepje zoals gewoonlijk vooraf en het hoofdgerecht - bloemkool met aardappelen, rijst met dal en worstjes - on the side.
Voorafgaande aan dit diner hebben we samen met onze staff, een beker rode wijn geheven op de tocht die voor ons ligt. Er werd getoost op gezondheid, goed weer, mogelijke 'toppers' en een veilige terugkeer.
Tegen achten werd het dons opgezocht. Een ieder gaat een goede en welverdiende nachtrust tegemoet.
Na het gebruikelijke ochtendritueel van tea, rugzak en plunjebaal pakken, beetje opfrissen en het ontbijt naar binnen proppen (de eetlust neemt immers op deze hoogte af) gaan we richting Advanced Base Camp (ABC). De yak-drivers hebben inmiddels hun 'maatjes' beladen en zijn ook op weg.
We zijn vandaag aan de 6e dag begonnen sinds we vorige week Kathmandu hebben verlaten. Begonnen op een hoogte van 1.400 m zijn we nu inmiddels de 5.000 m grens gepasseerd. Los van af en toe wat lichte druk tegen onze schedelpan en kortademigheid als je net te snel wilt gaan voor deze hoogte, ervaren we (nog) geen problemen.
Het eerste gedeelte van de route gaat nog over een pad. De omgeving is dor, droog en de zon staat al hoog en sterk aan een strak blauwe hemel. Stel je voor dat we dit weer de aankomende drie weken hebben...
Behalve onze yak-karavaan zijn er nog wat karavanen onderweg. Handelaren die met hun dieren en goederen via de eeuwenoude handelsroute over de Nangpa La pas op weg zijn naar Namche Bazar in Nepal. Een tocht van zo'n 5 dagen.
Ook komen we terugkerende expeditieleden tegen. In kleine groepjes komen we de Koreanen en Zwitsers tegen. Voor hen zit het erop. Ze dalen af naar Tingri en een zuurstofrijkere omgeving.
Even later een opstopping op een van de besneeuwde paden. Onze karavaan is de karavaan van de Koreanen tegengekomen. Het pad, slechts 80cm breed, is te smal voor twee yaks met volle bepakking. Met veel geschreeuw en gefluit lukt het de yakdrijvers de beesten veilig langs elkaar te loodsen.
De omgeving waarin we al 'kruipend' als een lange slinger omhoog gaan, is schitterend. Besneeuwde bergtoppen, brede valleien, gletsjertongen en uitgesleten tentvormige sculptures van blauw ijs. Ik moet me af en toe in m'n arm knijpen of ik dit wel echt meemaak. Een avontuur.
Als we de 5.700 m zijn gepasseerd, doemt aan onze linker zijde de Cho Oyu op. Daar ligt zij, nog gedeeltelijk in de zon, de Godin van de turkoois. Onze uitdaging voor de komende 3 weken.
Om half twee bereiken we het basiskamp. Van afstand een kleurrijk geheel door de hoeveelheid verschillende tentjes die er staan.
ABC: Advanced Base Camp op 5.700 m
Wanneer ik door het Camp loop verbaas ik me over de hoeveelheid afval die hier ligt. Tot een week geleden nog verborgen door de sneeuw, maar nu een doorn in mijn oog en niet passend in de bergsport.
'The Dutch have arrived', hoor ik roepen. We zijn de laatsten groep van dit seizoen.
De eettent en keukentent staan al bij onze aankomst. Er wordt wat juice gedronken, de tenten worden opgezet en ingericht. Na een overheerlijk bakkie soep en een grove planning van de aankomende dagen zoeken we ons tentje op om even te gaan liggen. Het acclimatiseren gaat door.
Gegroet, uw nieuwsbrenger voor vandaag, Jack
naar de top
Dagboek:
Naar het huidige dagboek
|
|