Dagboekarchief: 11e Dag inlooptrekking t.m. terugkomst in Kathmandu (11 mei)

9, 10 en 11 mei. Terug naar Kathmandu. En feest!

U leest het goed, 9 mei, maar voor ik daarover bericht, eerst even terug naar maandagavond.

Volgens de traditie is het zo dat op de avond van de voorlaatste trekkingdag er een feest wordt gegeven. Voordat het feest losbarst, worden eerst de fooien uitgedeeld aan de dragers, de keukenstaf, de sherpa's en de sirdars. Het moge duidelijk zijn dat dit uitdelen van de fooien een zeer belangrijk onderdeel is van de gehele feestavond en we hebben dit dan ook met zeer veel plezier gedaan.

Uniek, Paul geeft fooi.
Uniek, Paul geeft fooi

Iedereen van de trekkinggroep had een aantal enveloppen met daarin het fooiengeld. We riepen dan de namen op van de desbetreffende personen. Dit was een fantastische happening. De Nepalezen waren natuurlijk bijzonder blij met het geld en maakten ontzettend veel lol met elkaar. Sommigen waren vrij verlegen, anderen kwamen met een enorme big smile naar voren en stalen de show.

Al snel kwam de drank op tafel (rakshi) en begonnen onze Nepalese vrienden te zingen. Aangezien dit gezang vergezeld werd door ritmisch handgeklap duurde het niet lang of er werd gedanst. Ook wij moesten meedoen. De sfeer werd beter en beter, de rakshi smaakte beter en beter en iedereen vond Nepal het mooiste land van de wereld. Vooral de Oostzaanse huisarts Johan, die er sterk over denkt om hier een huisartsenpraktijk te gaan beginnen en drie keer per week Nepalese danslessen te gaan volgen: Dancing with the Sherpa's ...

Feest!
Feest!

Het werd voor sommigen van ons, waaronder uw verslaggever, nog rijkelijk laat (22.30 uur) en de volgende ochtend, hoewel geen kater, was iets zwaarder opstaan dan normaal.

Maar goed, dinsdag 9 mei dus, en we vertrokken na het ontbijt voor de laatste anderhalf uur trekking. Al snel begon het te miezeren, zo'n regentje van wel of geen jack aan. Het slechte weer bleef gelukkig achterwege, net als de bloedzuigers, en de jacks konden in de rugzak blijven.

Geen regen en geen bloedzuigers meer
Geen regen en geen bloedzuigers meer

Aangekomen in Chautara, ons eindpunt, stond de bus al klaar en na alles te hebben ingeladen, begonnen we aan de busreis naar Kathmandu. Tot de lunch ging dit met een slakkengangetje vanwege de hotsknotsbegoniaweg, vol kuilen en gaten.

Opeens stopte de bus en deed de chauffeur de motor uit. Alsnog Maoisten, dachten wij, maar nee; de mobiele telefoon van de chauffeur ging, waarschijnlijk zijn vriendin, of-ie nog thuis kwam eten vanavond. Nadat hij duidelijke afspraken met haar had gemaakt vervolgden we onze reis.

Onze VIP-coach
Onze VIP-coach

Onze laatste trekkinglunch was weer prima en tijdens het uitbuiken zagen we een aantal mooie Nepalese scharrelgeiten boven op een bus voorbij razen, overigens volkomen relaxed uit hun oogjes kijkend.

Voor ons was er gelukkig weer gewoon plek in de bus en de laatste paar uur reden we door flinke moessonbuien naar Kathmandu. Het werd drukker en drukker en nadat we de prachtige koningsstad Bakhtapur waren gepasseerd, zaten we al snel en vertrouwd vast in de spits, die hier overigens de hele dag duurt.

Bij het Summit Hotel aangekomen werden snel alle spullen uitgeladen en wilde iedereen dolgraag gaan douchen. Dit liep echter even anders voor Paul. Sta me toe dit uit te leggen; Paul heeft de vaste gewoonte dat zodra er sneeuw voorhanden is, hij hier met veel plezier een bal van maakt en deze met nog meer plezier bij iemand voor hem in de nek gooit. Etienne en ik hadden hem tijdens de afdaling vanaf de Panch Pokhari Peak hier al voor te grazen genomen, maar Bob en Marco hadden dit plezier nog niet gehad.

Nu heeft het Summit Hotel een fraai zwembad en hoe hard Paul ook rende en vocht: wat moet gebeuren moet gebeuren. Paul belandde in dit mooie zwembad. Dit alles overigens onder de meewarige blikken van de aanwezige vrouwelijke trekkinggenoten die ons voor de zoveelste keer weer eens niet als verantwoordelijke volwassenen zagen, maar dit terzijde.

Na de douche besloten we een afscheidsdiner bij Northfield te gebruiken en tijdens dit diner sprak Janet nog mooie woorden tot de expeditieleden (nogmaals dank daarvoor) en verraste zij ons met de kleinste en lichtste gebedsvlaggetjes die we ooit hebben gezien. Ze krijgen een goede plek in het basiskamp.

De hele groep bij elkaar. Overmorgen helaas al de laatste dag samen.
De hele groep bij elkaar. Overmorgen helaas al de laatste dag samen.

De komende dagen gaat iedereen zijn eigen gang en moeten wij als expeditieleden nog het e.e.a. regelen en kopen. Voor ons komt het vertrek naar Tibet nu wel erg dichtbij, maar mede dankzij een mooie, prima georganiseerde trek met een erg leuke groep mensen gaan we vrijdag met een goed gevoel op weg naar de Cho Oyu.

Vanuit de mooie tuin van het Summit Hotel ga ik de laptop zo sluiten om een koel Carlsberg-biertje te gaan drinken.

Proost, Richard

8 mei. 13e Dag inlooptrekking Jugal Himal. Naar beneden, richting Kathmandu. Bloedzuigeraanvallen en regen.

Dit is het verhaal over de lange weg naar beneden, naar Kathmandu. We lopen door prachtige rododendronbossen, luisteren naar vogels die haarzuiver halve toonladders zingen en kijken naar kleine bloemetjes die door hun kleurenpracht haast van plastic lijken. Maar het regent, het regent hard. Het stortregent de hele ochtend al. En dan te weten dat het in Nederland zomer is.

Toch loopt de groep goed door, we zitten op schema voor de lunch, die rond 12 uur staat gepland. Op een veld vol koeiendrollen houden we even rust.

Lunch tussen de koeiendrollen en bloedzuigers
Lunch tussen de koeiendrollen en bloedzuigers

Toos en Johan ontdekken een bloedzuiger aan hun hand. Bij Johan zat-ie al stevig vastgezogen waardoor het wondje hardnekkig blijft bloeden. Een pleister. Dan gaat heel voorzichtig iedereen zichzelf controleren. We schrikken ons het apezuur. Bijna iedereen vindt vijf of meer bloedzuigers aan voeten of onderbenen. Zelfs dwars door de sokken heen zuigen zij zich vast aan de huid. Broeken gaan naar beneden en we zoeken bij elkaar naar die smerige zwarte slangetjes, die je niet opmerkt totdat je de bloedvlekken door je kleding heen ziet ontstaan.

Bloedzuiger op het been van Etienne
Bloedzuiger op het been van Etienne

Snel naar beneden dus maar, want bloedzuigers voelen zich rond de 2.500 meter op hun best. De regen heeft ze wakker gemaakt en nu staan ze op de stenen en aan de takken rechtop te wachten op een slachtoffer.

Het regenen stopt. Een dikke mist blijft achter waardoor het pad moeilijk is te vinden. Toch komen we zonder vertraging op de lunchplek aan. Gelukkig is het droog.

Nog anderhalf uur naar de kampplaats, het is droog!
Nog anderhalf uur naar de kampplaats. Het is droog!

Voor het eerst hebben we zicht op de Kathmandu-vallei. Het landschap vertoont tekenen van de bewoonde wereld. Rijstterrassen tot aan de horizon. Na de lunch is het nog anderhalf uur naar onze kampplaats. Een mooie plek bij een dorpje met veel armoede. De hele jeugd loopt uit en kijkt naar ons op steeds kleiner wordende afstand. Richard deelt pennen uit en Etienne neemt foto's. Op het moment dat ik het einde aan dit verslag schrijf, staan er ongeveer 20 kinderen achter mij. Een jongetje legt zijn kin op mijn schouder. Vanavond eerst nog het afscheidsfeest en dan morgen in anderhalf uur naar de bus naar Kathmandu.

De laatste kampeerplaats van de inlooptrekking
De laatste kampeerplaats van de inlooptrekking

Remco, puffend op een stoel. Veel te warm hier in het dal.

naar de top

7 mei. 12e Dag inlooptrekking Jugal Himal. Naar de Khamikharka Danda (3.275 m). En op zoek naar drinkwater!

'De beslissing' over wel of geen rustdag ter plekke, is gisterenavond genomen tussen het toetje en de thee door. We maken de trekking gewoon af, wat inhoudt dat we nog twee dagen te gaan hebben tot Chautara. We zijn daardoor één dag eerder in Kathmandu, wat de leden van de expeditie goed uitkomt omdat er nog van alles geregeld moet worden.

De optie om de overgebleven dag in de bergen door te brengen komt te vervallen, mede door de (on)zekerheid van het weer: iedere dag zo rond drie uur regen. Het Summit Hotel in Kathmandu wordt gemaild met ons voornemen. De techniek en organisatie van Remco en Marco staan voor niets!

Om 6 uur gaat de rits van de tent open en staat Paul met twee kitchen-boys met de gebruikelijke morning tea voor de deur. Vanuit mijn tent heb ik een prachtig uitzicht op de besneeuwde toppen.

Wakker worden met zicht op Langtang Lirungi
Wakker worden met zicht op Langtang Lirung

Na het gebruikelijke ochtendritueel gaan we zo rond half acht op pad. Zondagmorgen half acht! Een tijdstip waarop ik thuis hooguit voor een kleine boodschap m'n bed uitkom of eventueel al op 't werk ben. Maar zo vroeg aan de wandel? Neen! Maar ja, we zijn nu in Nepal en behoren eigenlijk niet van maandag tot zondag en van 9 tot 5 te leven, maar gewoon te genieten zoals het komt. The Nepali Way.

De eerste tien minuten lopen we nog in de schaduw en voelt het wat frisjes aan, maar al gauw breekt de zon door. Het gaat gestaag bergop door een woud van dennen en rododendrons. Het pad is regelmatig versperd door kleine aardverschuivingen en omgevallen bomen. Regen, wind en erosie hebben hier aardig huisgehouden. Kortom, natuurgeweld. En nog niet zo lang geleden, want de bloemen van de omgevallen rododendrons staan nog mooi in bloei. Rood, wit, roze. Een kleurenpracht.

Prachtige rododendronbossen
Prachtige rododendronbossen

Tegen negenen komen we op een open plek en zijn we al zo'n 180 m gestegen. Een aardige kluif zo net na het ontbijt. Wat volgt, wordt een ware zoektocht naar water. De weg is Nepali flat, dus langs ridges, door bossen, bergop, bergaf en weer bergop.

Af en toe komt de zon door en kunnen we genieten van een vergezicht, maar we lopen hoofdzakelijk in een klein wereldje van mist. Jammer, want een reden waarom ik Nepal zo bijzonder vind, zijn juist de lange dagen met knalheldere blauwe lucht en enorme vergezichten van de omringende besneeuwde bergmassieven. Zo ver als het oog reikt en nog verder. Je voelt je dan heel klein, nietig. Nu is er, jammer genoeg, slechts mist, mist en nog eens mist. We lopen dus létterlijk in de wolken, en niet figuurlijk. Een klein wereldje zo.

En nog steeds geen spoor van stromend, kolkend water, en er is dus ook nog geen lunchplek. Inmiddels is 't half twaalf. M'n waterfles is bijna leeg. Op een rustplek krijg ik wat water bijgegoten van de andere leden. Dank je! We gaan door. Op weg naar de lunchplek, op zoek naar water.

We passeren de ene droge beek na de andere, en droog gevallen poeltjes. Ofschoon er duidelijk sporen aanwezig zijn van wat water met het landschap kan doen, is er niet direct H20 aanwezig. Wel in de lucht. Daar hangt genoeg!

Bij mij gaat het wandeltempo over in de 'spaar-energie-modus'. De hele groep zit een eind voor me, behalve Liesbeth en Paul, die lopen vlak achter mij. Inmiddels is het 13.00 uur en is er nog geen water te zien. De MP3 gaat op en hoewel de opzwiepende ritmes mij doen neigen het tempo op te voeren, blijf ik in de 'spaar-energie-modus' doorwandelen

Aah! Daar zijn twee kitchen-boys met jerrycan en juice en een snicker! Een ware verwelkoming. Er is dus water in de buurt. Tegen half twee kom ik op de lunchplek aan. De soep en het eten staan al klaar maar er wordt netjes op Liesbeth en Paul gewacht. De lunch wordt genuttigd onder een dreigende regen hemel. Hoezo geen water?!

Er wordt besloten hier kamp op te slaan omdat de eigenlijke overnachtingplaats waarschijnlijk ook een watertekort heeft. De tenten staan maar net en het water komt met bakken uit de hemel. Perfect getimed door moedertje natuur zo rond de klok van half drie.

De tenten worden ingericht, er wordt een middagprogramma opgesteld maar niet uitgevoerd. Teveel regen.

Inmiddels hebben we de bevestiging van het Summit Hotel voor de vervroegde aankomst en transport binnen. Geregeld!

Het wachten is gericht op de afternoon tea. We zitten op een mooie overnachtingplaats aan de oostflank van de Khamikharka Danda op een gecallibreerde, uitgemeten, nagevraagde, doorgetelde, temperatuur gecorrigeerde, vegetatiegerelateerde, gevoelsmatige Yin Yang-hoogte van om en nabij de 3.275 m boven NAP.

Gegroet, Jack

naar de top

6 mei. 11e Dag inlooptrekking Jugal Himal. Dalen naar 3.450 m. Richard maakt een schuiver.

In de loop van de nacht klaarde de lucht en daalde de temperatuur. Dat kon ik met een interval van ongeveer twee uur haarscherp observeren. Want de vele koppen thee en koffie moesten er biologisch gezien natuurlijk ook weer uit.

Het koele windje dat rond een uur of drie opstak, blies de laatste bewolking weg en liet een prachtige sterrenhemel achter. Er lijken hier minstens drie keer meer sterren aan de hemel te staan dan in Nederland. Door het licht van de maan lichtte de sneeuw haast blauw op. Als het niet zo koud was geweest en mijn donzen slaapzak niet zo lekker warm, had ik daar langer naar gekeken.

Half zeven, 'wake up tea' en 'washing water' Het voorstel van Jack om de tijd tussen de thee en het warme waswater wat te verlengen, haalde het gisteravond niet in de groep. Jammer, want tegen de tijd dat ik aan het wassen toe ben is het water ijskoud. En scheren met koud water is als schaatsen op blote voeten; het doet pijn en het lukt niet.

Vertrek vanuit Panch Pokhari
Vertrek vanuit Panch Pokhari

Met het zonnetje erbij is Panch Pokhari een prachtige plek en het is verleidelijk om de extra dag die we nog hebben, hier te besteden. Maar we kennen deze plek inmiddels ook als een nat en koud oord waar je maar op één manier van kan vluchten: in je tent de slaapzak in. De dragers komen inmiddels over de pas aangelopen. Zij hebben in het warmere Nssampati overnacht. Wat heb ik toch een bewondering voor deze jongens en meisjes. Ze zijn altijd vrolijk, maken pret in de sneeuw, gooien na aankomst een kop thee naar binnen en zijn binnen tien minuten weer op pad, met pakweg 30 kilogram bagage.

De stenen blijken op sommige plekken nog verijst. Ondanks voorzichtig afdalen glijdt Richard onverwacht uit. Hij is midden in een zin als ik hem langszij zie vallen. Na twee meter vrije val met een klap op zijn rugzak in de sneeuw en daarna nog een geïmproviseerde salto over zijn schouder. Hij landt op een steile sneeuwhelling dus hij glijdt nog door. Behendig steekt hij zijn stokken in de sneeuw en remt zijn val. Even is het stil. Paul loop terug omhoog. Richard staat op en beweegt zijn gewrichten. 'Alles goed', zegt hij, leunend over zijn skistokken. Pas als hij weer terug op het pad klimt, zie ik bloed aan zijn hand en elleboog. Gelukkig allemaal oppervlakkige verwondingen. We ontsmetten en plakken pleisters. Eenmaal weer aan het afdalen, gaat Richard gewoon verder met zijn verhaal. We lachen wat, maar gaan extra behoedzaam verder.

Gliberrige afdaling op een smal pad
Gliberrige afdaling op een smal pad

De route loopt over de lange graat die in Chautara eindigt. Daar staat over een paar dagen de bus naar Kathmandu. Tijdens de lunch discussiëren we nog over wat te doen met onze extra dag. Die dag hebben we een week geleden gewonnen toen we besloten na een korte dag door te lopen naar een volgend kamp. Voor de expeditieleden komt die extra dag in Kathmandu wel goed uit. Immers, aanstaande vrijdag zitten die al op de bus naar Tibet en er moet nog een boel worden geregeld. Alles kan natuurlijk ook in één dag, maar een beetje ruimte is wel zo prettig. Voor de mensen die alleen de trekking maken, is een dag van de trek afsnoepen natuurlijk niet aantrekkelijk. Verder speelt het tegenvallende weereen rol: elke middag regen of hagel. Spullen worden klam en kunnen niet meer drogen. Vanavond zal de beslissing vallen.

We maken kamp in een soort zadel tussen twee bergen in. Een mooie plek met veel bloeiende rododendrons. Als we er net zijn, breekt een hagelbui los, en kruipt iedereen even in zijn tent op zich op te frissen. Dan is er thee. Marco en ik verzamelen zoals iedere dag de fototoestellen en maken een selectie van de foto's voor de website. Hé, wat zien we daar in een tent liggen? Een flesje whisky en warempel, nootjes. Eens even vragen wie allemaal willen aanschuiven.

Kampeerplek op 3.450 m
Kampeerplek op 3.450 m

Remco

naar de top

Dagboek:

Naar het huidige dagboek