|
De berg Cho Oyu
Ligging en hoogte
Himalaya
Eerst-beklimmingen Cho Oyu
Onze route in vogelvlucht
Onze route in detail
Gevaren
In welke jaargetijden beklimmen?
Ligging en hoogte
De Cho Oyu ligt in de Himalaya, op de grens van Nepal en Tibet. De Cho Oyu is met zijn 8.201 meter de op vijf na hoogste berg ter wereld, na de Mount Everest (8.848 m), K2 (8.611 m), Kangchenjunga (8.586 m), Lhotse (8.516 m) en de Makalu (8.463 m). De Cho Oyu is de westelijke buurman van de Mount Everest.
Download het volgende bestand en bekijk de ligging met Google earth.
ChoOyu.kmz
(Werkt alleen als u Google Earth op uw p.c. hebt. Bestand eerst opslaan en dan openen.)
naar de top
Himalaya
De Himalaya heeft in Bhutan zijn oostelijke begrenzing en loopt door tot Pakistan in het westen. Het gebergte meet circa 2.000 kilometer in lengte. Vreemd genoeg is het nergens veel breder dan enige honderden kilometers. Alle veertien bergen op deze aardbol boven de 8.000 meter liggen in dit gebied.
naar de top
Eerst-beklimmingen Cho Oyu
De Cho Oyu werd voor het eerst beklommen op 19 oktober 1954, via de noordwest graad door de Oostenrijkers Herbert Tichy, Joseph Joechler en Sherpa Pasang Dawa Lama.
De eerste mens bovenop de Cho Oyu: Oostenrijker Herbert Tichy (foto: Wikipedia)
De eerste poging om de Cho Oyu te bedwingen, vond plaats in 1952 door een expeditie geleid door de Engelsman Eric Shipton. Technische problemen en een ijs-overhang op 6.650 meter bleken echter een onneembaar obstakel.
In 1987 vindt de 1e Nederlandse beklimming plaats door Bart Vos, via de normaalroute. Het was een solo-expeditie met alleen een arts in het basiskamp.
De 2e Nederlandse beklimming komt in 1995 op naam van Ansja de Boer met een Nieuw-Zeelandse expeditie. Zij is de eerste Nederlandse vrouw op een achtduizender.
naar de top
Onze route in vogelvlucht
Onze expeditie volgt de lange normaalroute naar de top. De route start in het basiskamp aan de Chinese / Tibetaanse zijde van de berg, dat op circa 4.740 meter ligt; net iets lager dan de top van de Mont Blanc. Vanaf daar plaatsen we binnen enkele dagen een vooruitgeschoven basiskamp op ongeveer 5.700 meter. Een hoogte waarop we nog net herstellen van de inspanningen hogerop de berg. Binnen enkele weken richten we kamp 1 (6.400 m), kamp 2 (7.100 m) en kamp 3 (7.400 m) in. Vanuit kamp 3 zullen we uiteindelijk proberen de laatste zware meters naar de top te volbrengen.
Basiskamp, Chinese zijde van de berg (foto: Snow Leopard Adventures)
naar de top
Onze route in detail
Van het basiskamp naar het vooruitgeschoven basiskamp (5.700 m):
Een 'gemakkelijke', tweedaagse tocht waarbij Yaks de uitrusting transporteren brengt ons vanuit het basiskamp (4.740 m) naar het vooruitgeschoven basiskamp (5.700 m).
Daar zullen we leven, en vanuit het vooruitgeschoven basiskamp richten we de hogere kampen op de berg in.
Van het Vooruitgeschoven basiskamp naar Kamp 1:
De etappe van het vooruitgeschoven basiskamp naar kamp 1 (6.400 m) is alpien wandelterrein, aanvankelijk over de Gyabraggletsjer en vervolgens via een vreselijke puinhelling, de Killerhelling genoemd. Je kunt deze etappe op bergwandelschoenen doen. De speciale expeditieschoenen leggen we in kamp 1 en blijven daar, samen met de rest van de uitrusting die alleen maar hoog op de berg nodig is. Hoe lang doen we er over om in kamp 1 te komen? Dat is moeilijk te zeggen. Het hangt af van de mate van acclimatisatie, en hoe vol je de rugzak stouwt. Eerst moeten we een stuk horizontaal lopen en dan zo'n 700 meter stijgen. Daar doen ruwweg 5 uur over.
Van Kamp 1 naar Kamp 2:
De etappe naar kamp 2 (7.000 m) begint met een mooie sneeuwgraat ,die overgaat in een steile ijswand. Die wand voorzien we van vaste touwen. Direct daarboven ligt kamp 2. Het hoogteverschil is zo'n 600 meter, zo'n 7 uur klimmen.
Van Kamp 2 naar Kamp 3:
De route naar kamp 3 (7.400 m) loopt via de gletsjer in de noordwestflank naar een steile sneeuw- en ijshelling. Ook hier gebruiken we vaste touwen. We zijn dan op weg naar de 'uitvalsbasis' voor de top. We moeten dat stuk beklimmen op reserve en met de handrem aangetrokken. De volgende dag wordt de topdag, en dan weet je dat je alles uit de kast moet halen.
Van Kamp 3 naar de top:
De meeste klimmers zullen niet meer dan 75 meter per uur stijgen. Over de laatste 800 meter doen we dan zo'n 11 uur. En we zullen ook nog eens stilstaan en uitblazen. Diezelfde dag moeten we weer terugkeren in kamp 3. Dat betekent een start in het holst van de nacht en uren klimmen in het donker. Omdat de route op het noordwesten ligt, duurt het heel lang voordat we enigszins verwarmd worden door de zon. Er is belangrijk obstakel te overwinnen, de zogenaamde gele band: rotsklimmen op 7.600 meter. Ook daar zijn vaste touwen aangebracht. Daarboven klim je solo. Boven de 'gele band' wordt het terrein gelukkig steeds 'makkelijker' en de helling eindigt in een relatief vlak topplateau. Het is jammer, maar een echt spitse top heeft de Cho Oyu niet. Als de Mount Everest in ons blikveld opdoemt, zijn we boven.
Onze geplande route
naar de top
Gevaren
Cho Oyu is, technisch gezien, een relatief makkelijke berg. Alleen tussen kamp 1 en kamp 2 is er sprake van echt klimwerk. De berg is vooral moeilijk vanwege de 8.201 meter die hoogteziekte kan veroorzaken, en extreem weer met temperaturen tot -40 bij windkracht 10.
Normale alpiene gevaren zoals ijsslag en gletsjerspleten zijn voor een berg van dit kaliber gering.
Hoogte:
Op grote hoogte is er een veel lagere luchtdruk dan op zeeniveau. De lucht is er letterlijk veel ijler. Op 5.000 meter heb je nog maar de helft van de hoeveelheid zuurstof die er op zeeniveau is; op 8.000 meter nog maar derde.
Een mens kan zich maar tot op zekere hoogte aanpassen aan dit zuurstofgebrek. Er worden bijvoorbeeld wel meer rode bloedlichaampjes aangemaakt, de hartslag stijgt en de ademhalingsfrequentie neemt toe. Maar vanaf 7000 meter sorteert deze aanpassing maar ten dele effect. Het gevolg is dat uitputting en hoogteziekte op de loer liggen. Met name de laatste verschijnselen kunnen ernstige, zelfs dodelijke vormen aannemen. De beste remedie is dan afdalen. Voor eventuele noodsituaties beschikken we in alle hoogtekampen over noodzuurstof.
We gebruiken voor de beklimming overigens geen kunstmatige zuurstof. 'By fair means', heet dat in de bergsport.
Koude en bevriezingen:
Andere risico's zijn bevriezingen. Bevriezingen aan tenen en vingers ontstaan snel door gebrekkige zuurstofvoorziening. Het vergrote aantal rode bloedlichaampjes zorgt er ook nog eens voor dat het bloed 'stroperig' wordt, wat de gebrekkige circulatie nog eens verstrekt. Veel drinken - de vuistregel is 1 liter per duizend hoogtemeters - is de remedie. Goed isolerende kleding en een uitstekende conditie zorgen eveneens voor een beperking van de risico's.
Gevolg van bevriezingsverschijnselen (foto: Siberia Gym)
naar de top
In welke jaargetijden kun je de Cho Oyu beklimmen?
Als het eind mei rond de min 40 kan zijn, begrijp je dat een winterbeklimming vrijwel uitgesloten is. In de zomer kun je de berg helemaal niet beklimmen, want dan wordt de Himalaya geteisterd door de moesson die er ongelooflijke sneeuwmassa's achterlaat. Dan blijven over de periode vóór de moesson (voorjaar; april - mei) en de periode erná (najaar; september - oktober). Het verschil tussen het voorjaar en het najaar zit hem voornamelijk in de temperatuur en in de sneeuwcondities.
In het voorjaar zijn de temperaturen wat aangenamer, wat niet wegneemt dat er in het hoogste kamp temperaturen van min 30 graden in(!) de tent gemeten zijn. De wat hogere temperaturen in het voorjaar zorgen er helaas wel voor dat zich rond het middaguur wolkenmassa's rond de top kunnen vormen. Daar moeten we dus rekening mee houden! Als er geen zicht is op het vlakke topplateau wordt de oriëntatie daar uiterst lastig voor ons.
In het najaar zijn de temperaturen nog lager en liggen de topregionen ook nog eens in de invloedsfeer van straalstormen, die een topbeklimming onmogelijk kunnen maken. Voordeel is wel dat het in die periode vaak lang achter elkaar helder en stabiel weer is.
Maar ook in het voorjaar hebben stormen ervoor gezorgd dat complete kampen van de berg gevaagd zijn. In het voorjaar ligt er betrekkelijk weinig sneeuw in de topregionen. Wij zullen daar dus ook klimmen in rotsachtig, sneeuwvrij terrein. Geen prettig vooruitzicht, want daar raak je veel eerder uit je ritme dan wanneer je over een stevige, harde sneeuwlaag klimt. En dat is nu een voordeel in het najaar. Het rotsachtige terrein boven kamp 3 is dan bedekt met een harde sneeuwlaag. Het klimritme is dan regelmatiger en dat maakt de topbeklimming wat aangenamer. Elke periode heeft dus z'n voor- en nadelen.
Opkomende najaarsstorm Cho Oyu (foto: Summit climb)
naar de top
|
|