Epiloog Etienne




De berg.

Mijn lijf is moe. Ik heb al anderhalve dag hoofdpijn. Ik moet herstellen van mijn tocht via de top van de Cho Oyu. Waarom willen mensen dit? Waarom wil ik dit? Wil ik zo graag de kracht van de natuur voelen, die zijn greep op mijn lijf krijgt? De denkbeeldige zuurstofkraan die steeds een fractie dichter wordt gedraaid? De pijn, ziekte en malaise die daarmee gepaard gaat?

Het is indrukwekkend te ervaren hoe deze krachten kunnen huishouden binnen mijn eigen lijf. Het is ook indrukwekkend te ervaren hoe deze krachten huishouden binnen de kleine groep waarmee we op de berg waren. Heel plotseling is een groot deel aan het basiskamp gebonden. Ik behoor tot de gelukkigen die kunnen doorgaan. Maar waarom wil ik door? Het is zwaar, enorm zwaar. Brengt de top roem? Honderd meter onder de top wil ik terug. Veel praten door mijn sherpa, levert mij net voldoende motivatie door te lopen naar de top. Wil ik dan wel of eigenlijk niet? Je doet dingen die niet echt goed zijn voor je lichaam. Dat is te voelen. Wil ik dat? 'Nee', zeg ik, maar ik doe het toch.

Het heeft in mijn beleving lang geduurd voordat ik kon beslissen mij aan te sluiten bij de expeditie. Ik heb heel veel nagedacht en overwogen. Uiteindelijk wilde ik de kansen heel graag aangrijpen. De kans om deel te nemen aan een groots opgezette klimexpeditie. De kans op een heel erg hoge Himalaya-top. De kans om uit te zoeken waar mijn grenzen liggen. Zou ik bestand zijn tegen de natuurkrachten? Zou ik werkelijk zelf ook boven de achtduizend meter kunnen klimmen? Het was erg leuk om met een groep bijzondere mensen deze expeditie voor te bereiden en uit te voeren. Leuk om invloed uit te kunnen oefenen op de vorm en de inhoud.

Heeft de beklimming mijn leven veranderd? Daar ben ik nog niet achter. Ik heb een prestatie neergezet waarop ik trots ben. Maar ik heb me nooit willen bezighouden met de vraag: 'Wat als ik de top haal?' Ik had me van tevoren tevreden gesteld met alles wat ging lukken op de berg. Ik wil het leven nemen zoals het komt. Met bijzondere kansen. Ik wil me laten overdonderen door het leven en dat is wat er is gebeurd: ik ben overdonderd door mijn eigen succes op de noordflank van de Cho Oyu. De Godin van het Turkoois heeft me toegelaten op haar top. Ik had geluk.

Ik zal haar altijd meedragen. In mezelf. In mijn gedachten. Maar nooit zal zij zo dichtbij mij komen als de vrouw waar ik straks naartoe vlieg. Het perspectief is dat niemand van onze groep ook maar één vingerkootje zou willen geven aan de berg. Wij hebben veel te veel om naar terug te keren. En dat doen we dit weekend.

En toch zweven die tien minuten op de top door mijn hoofd als een bizarre droom.

reageer

naar de top