Loon

salarissoftware

15.4 Snel wisselen van werkgever Index handleiding en Loon-pakket

Bijlagen



Bijlage A: Het stelsel van sociale zekerheid in Nederland (2011)

Met het Loon-pakket van RoosRoos kunt u zelf uw loonadministratie voeren. Hierbij komen vanzelfsprekend vele loonberekeningen om de hoek kijken. Al die berekeningen hangen nauw samen met zaken als werknemersverzekeringen, franchises, fiscaal loon, loonheffing, loonheffingskorting, enzovoort.

We beginnen met het bredere kader waarbinnen genoemde begrippen vallen: de sociale zekerheid.

De sociale zekerheid in Nederland omvat de:

1) Sociale verzekeringen

2) Sociale voorzieningen

Daarna volgen twee zaken die we nader bekijken om de loonberekeningen beter te begrijpen:

3) Grondslagen premies

4) Uitleg berekening werknemersverzekeringen.

Ad 1) SOCIALE VERZEKERINGEN

De sociale verzekeringen zijn onderverdeeld in:

1a) de werknemersverzekeringen (sociale premies), en

1b) de volksverzekeringen.

1a Werknemersverzekeringen (sociale premies)

De werknemersverzekeringen - het woord zegt het al - zijn alleen bedoeld voor werknemers. Ze verzekeren werknemers tegen derving van inkomen en tegen het risico van geneeskundige kosten. In Nederland kennen we landelijk verplichte werknemersverzekeringen en risicogroep-eigen werknemersverzekeringen.

Landelijk verplichte werknemersverzekeringen

Deze betreffen de:

● Werkloosheidswet (WW). De werkgever betaalt ook in 2011 wél WW-premie. De                      werknemer doet dat niet.

● Zorgverzekeringswet (ZVW). De premie ZVW betaalt de werknemer. De werkgever is            verplicht de premie te vergoeden.
● Wet Arbeidsongeschiktheid (WAO) / Wet Werk en Inkomen naar Arbeidsvermogen (WIA).     De  basispremie WAO/WIA betaalt de werkgever in alle sectoren volledig zelf. Dat geldt         ook voor de  uniforme premie WAO.

● De premie WGA-gedifferentieerd wordt deels door de werkgever, en deels door de                 werknemer betaald. Zie pagina 3A.

Risicogroep-eigen werknemersverzekeringen

Elk bedrijf in Nederland is ingedeeld in een risicogroep (sector). Zo bestaan er in Nederland totaal zo’n 200 risicogroepen. Variërend van Agrarische bedrijven en Banken, tot Horeca en Stukadoors. Bijna al die 200 risicogroepen hebben een eigen Collectieve ArbeidsOvereen-komst (CAO). In een CAO worden door werkgevers- en werknemersorganisatie bindende afspraken gemaakt over risicogroep-eigen werknemersverzekeringen. Meestal worden die CAO-afspraken één maal per jaar opnieuw bekeken.

 

In een CAO staan veelal afspraken over de volgende risicogroep-eigen werknemersverzekeringen:

● Pensioen

● Sociaal fonds

● ANW-gat (Algemene Nabestaanden Wet), en het

● WIA-gat

Deze werknemersverzekeringen zijn bindend, dus verplicht. De onderlinge verdeling van de premiebetaling tussen de werkgever en de werknemer verschillen per risicogroep, evenals de premiepercentages zelf.

 

Premies inhouden en afdragen

De werkgever (= inhoudingsplichtige) moet de premies inhouden en afdragen, zowel voor de landelijk verplichte werknemersverzekeringen als voor de via de risicogroep-eigen werk-nemersverzekeringen.

De premies voor de landelijk verplichte werknemersverzekeringen draagt de werkgever af aan de fiscus. De premies voor risicogroep-eigen werknemersverzekeringen draagt de werkgever af aan het pensioenfonds, als het een pensioenpremie betreft.

1b) Volksverzekeringen

We kennen in Nederland de volgende volksverzekeringen:

● Algemene ouderdomswet (AOW)

● Algemene nabestaandenwet (ANW)

● Algemene kinderbijslagwet (AKW), en de

● Algemene wet bijzondere ziektekosten (AWBZ).

Omdat het verzekeringen betreft, wordt ook voor deze wetten premie geheven. De werknemer betaalt deze premies. De werkgever (ook nu de inhoudingsplichtige) houdt de premies voor de volksverzekeringen in. De volksverzekeringen verschillen niet per risicogroep. De regels worden namelijk landelijk en voor iedereen bindend door het Ministerie van Financiën bepaald.

Loonheffing

De werkgever houdt tegelijk met de volksverzekering een bedrag in voor de loonbelasting. Ook de loonbelasting wordt volledig door de werknemer betaald, en afgedragen door de werkgever aan de fiscus. De inhoudingen voor de volksverzekeringen en de loonbelasting tezamen vormen de zogenoemde loonheffing. De loonheffing dient als voorheffing op de inkomstenbelasting.

Loonheffingskorting

De Belastingdienst kent een korting op de loonheffing: de loonheffingskorting. Een werknemer mag zijn loonheffingskorting slechts bij één inhoudingsplichtige (werkgever) tegelijk laten toepassen. De totale loonheffingskorting wordt bepaald door de volgende heffingskortingen:

● de algemene heffingskorting

● de arbeidskorting

 


De algemene heffingskorting:

Alle (binnenlandse) belastingplichtigen hebben recht op de algemene heffingskorting. De algemene heffingskorting bedraagt € 1.987,-- voor het jaar 2011.

 

De arbeidskorting:

Werknemers met loon uit zogenoemde tegenwoordige arbeid hebben bovendien recht op arbeidskorting. Tegenwoordige arbeid is ‘normale’ arbeid'. De arbeidskorting geldt dus niet voor inkomsten uit bijvoorbeeld pensioenen, vut, A.O.W. en dergelijke.

 

Schijven

Na aftrek van de loonheffingskorting, betaalt de werknemer over het ‘restbedrag’ over de eerste twee schijven loonbelasting en premie volksverzekering. Over het deel van het inkomen dat boven de twee schijven uitkomt, is alleen loonbelasting verschuldigd. Doordat het percentage loonheffing per schijf toeneemt, ontstaat er een systeem gebaseerd op draagkracht.

Over de eerste schijf (t.m. € 18.628,--) wordt in 2011 33,0% betaald, terwijl dat over de vierde schijf (toptarief) 52,00% is.

 

Witte tabellen

Deze tabellen gelden voor loon uit tegenwoordige dienstbetrekking. In die tabellen staat per fiscaal loon (= tabelloon) de loonheffing vermeld mét loonheffingskorting en zónder loonheffingskorting.

 

Verplichte werknemersverzekeringen + loonheffing = loonheffingen

De werkgever draagt de premies voor de landelijk verplichte werknemersverzekeringen en de loonheffing af aan de fiscus. Die werknemersverzekeringen en de loonheffing worden tezamen de loonheffingen genoemd.


Ad 2) SOCIALE VOORZIENINGEN

Naast de sociale verzekeringen zijn er de sociale voorzieningen. Ze vormen een aanvulling op de sociale verzekeringen. Wie niet in aanmerking komt voor een uitkering via een sociale verzekeringswet, of als deze uitkering te laag is om van te kunnen leven, kan een beroep doen op de sociale voorzieningen. De bekendste sociale voorziening is de Algemene bijstandswet (ABW).

Voor de sociale voorzieningen hoeft geen premie te worden betaald. Ze worden betaald uit de algemene middelen (belastingen) en niet uit de premiepot. De uitvoering van ABW is opgedragen aan de Gemeentelijke Sociale Diensten.

Voor de berekeningen met Loon zijn de sociale voorzieningen niet van belang.

Ad 3) GRONDSLAGEN PREMIES

Het begrip grondslagen is van belang als we de Nederlandse manier van loonberekeningen willen snappen. De Belastingdienst meldde dat er reeds per 2006 een (verdere) uniformering van de loonbegrippen zou gaan plaatsvinden, waarbij de grondslag fiscaal loon leidend is. In de praktijk valt dat echter tegen. Zo kunnen de risicogroep-eigen werknemersverzekeringen – ook na 2006 – per risicogroep verschillende grondslagen hebben. De ene risicogroep baseert de premieberekening pensioen op het brutoloon, terwijl een andere risicogroep voor die premie juist het loon sociale verzekering hanteert.

Er is sinds 2009 wel een kleine stap gezet in de richting van een uniform loonbegrip. Omdat de premie WW aandeel werknemer sindsdien 0% bedraagt, zijn het loon sociale verzekering en het loon zorgverzekering dit jaar hetzelfde. De premie WW aandeel werknemer gold immers als een aftrekpost tussen de twee grondslagen.

Voor de loonheffing geldt als basis altijd het fiscaal loon.

 

Voor een beter begrip volgt hieronder een uitleg van de diverse grondslagen:

Brutoloon

Het bruto loon is het ‘ruwe’ loon dat de werkgever en werknemer onderling overeenkomen.

Loon sociale verzekering

Het loon sociale verzekering is het brutoloon minus de risicogroep-eigen werknemersverzekeringen als die samenhangen met pensioen en arbeidsongeschiktheid. Het loon sociale verzekering heet zo omdat de landelijk verplichte werknemersverzekeringen WW en WAO/WIA gebaseerd zijn op het loon sociale verzekering.

Loon voor de premie Zorgverzekeringswet

De premiegrondslag voor de Zorgverzekeringswet wordt in 2011 berekend over hetzelfde bedrag als het loon sociale verzekering. Want de 'aftrekpost' WW-premie aandeel werknemer is in 2011 nul.

Fiscaal loon

Dit is het loon waarover door de Belastingdienst de loonheffing wordt ingehouden. Vandaar de naam fiscaal loon, ook wel tabelloon genoemd. Het loon vormt dus de basis voor de loonheffingstabellen. Het fiscale loon wordt verkregen door het loon Zorgverzekeringswet te verhogen met de werkgeversvergoeding van de Zorgverzekeringspremie.

Netto loon

Het netto loon is vanzelfsprekend het loon dat de werknemer uiteindelijk 'schoon' in handen krijgt.

Ad 4) UITLEG BEREKENING WERKNEMERSVERZEKERINGEN

Bij de berekening van de diverse werknemersverzekeringen komen begrippen als franchises, maximum bedragen voor premieberekening en leeftijdsgrens om de hoek kijken. Om ook in deze materie beter inzicht te verkrijgen, vindt u onderstaand een uitleg per genoemd begrip:

Franchise

Een franchise is een vrijgesteld bedrag. Dat wil zeggen een bedrag dat voor de premieberekening mag worden afgetrokken van het loon sociale verzekering.

Voorbeeld: anno 2011 bedraagt de premie WW aandeel werkgever 4,20% van het loon sociale verzekering. De franchise bedraagt € 1.413,75 per maand. Stel dat het loon sociale verzekering € 1.800,-- per maand bedraagt. Het loon sociale verzekering van € 1.800,-- minus die € 1.413,75 = € 386,25. Daarover 4,20% = € 16,22. Zonder de franchise zou de premie WW voor de werkgever 'recht-toe-recht-aan' 4,20% van € 1.800,-- bedragen.

Let op: De premie WW aandeel werknemer is in 2011 nul procent. Daar speelt de franchise dus geen rol meer.

Maximum bedrag voor premieberekening

Het bedrag dat geheven mag worden voor een premie kent altijd een maximum. Als de werkgever uit ons voorbeeld een loon sociale verzekering kent van € 4.500,-- per maand, dan zal diens afdracht voor de premie WW níet € 4.500,-- -/- € 1.413,75 = € 3.086,25 x 4,20% = € 129,62 bedragen.

Bij een loon sociale verzekering van € 4.500,-- per maand overschrijdt deze werkgever namelijk ruimschoots het maximum bedrag voor premieberekening W.W. In 2011 bedraagt dat maximum € 4.108,08 per maand. Over een hoger bedrag mag simpelweg niet worden ingehouden. Om bij ons WW-voorbeeld te blijven: de werkgever betaalt per maand premie over € 4.108,08 -/- € 1.413,75 franchise = € 2.694,33. Daarvan 4,20% = € 113,16.

De maximumpremie Zorgverzekeringswet bedraagt in 2011 € 2.785,58 per maand. Er is geen franchise. Bij de premie Zorgverzekeringswet is dus het maandmaximum bereikt bij € 2.785,58 x 7,75% = € 215,88.

Leeftijdsgrens

Voor veel premies werknemersverzekeringen geldt een maximum leeftijdsgrens. Boven die leeftijd mag de betreffende premie niet meer op het loon van de werknemer worden ingehouden of door de werkgever betaald. Meestal is die leeftijdsgrens 65 jaar. De premie Zorgverzekeringswet moet echter ook voor werknemers van 65 jaar en ouder betaald worden.


Terug naar boven

15.4 Snel wisselen van werkgever Index handleiding en Loon-pakket


Loon